‘Chipmunks in het wild’

De pendelbus van Bryce Canyon stopt voor ons hotel en dat is een meevaller want parkeren in het National Park zelf is haast onmogelijk. Onze eerste stop is het Visitor Centre waar een enthousiaste medewerkster mij bijna omhelst wanneer ik haar vertel dat we met de bus gekomen zijn. “Jullie leven is net een heel pak eenvoudiger geworden”, kirt ze en ze neemt ostentatief een kaart om ons te tonen hoeveel eenvoudiger. We krijgen de raad de pendelbus te nemen tot aan Bryce point, het uiterste punt van het park en zo af te zakken naar het Bryce amfitheater waar de mooiste hoodoos, zoals de grillige rotsen genoemd worden, te bewonderen zijn.

De pendelbussen rijden talrijk en de chauffeurs zijn opgeleid om de toeristen alle nodige uitleg mee te geven. Bij Bryce point aangekomen stappen we uit en wandelen enkele kilometers tot aan de volgende stop bij Inspiration point. Het weer is zacht en aangenaam en de omringende natuur met de vele naaldbomen verbluffend. Het zijn voornamelijk limber pines, buigzame dennen, die op de meest dramatische en onwaarschijnlijke plaatsen tussen de rotsen kunnen wortelen en groeien. Hier leven ook de chipmunks, wangzakeekhoorns in het Nederlands, die iedereen kent dankzij de film Alvin en de Chipmunks. Al gauw komen er enkele ons gezelschap houden. Ook in het echt zijn het kleine clowns en aandachttrekkers die zich maar al te graag laten fotograferen. Zo lang ze niet door mensen gevoederd worden, zijn ze niet agressief, maar we blijven veiligheidshalve toch maar op een afstandje. Aan de volgende bushalte, nemen we de pendel verder naar Sunset point, zoals de vriendelijke dame ons aangeraden had.

Hier krijgen we het Bryce amfitheater in al zijn schoonheid te zien. Het is een sprookjesland van roze, zachtoranje en crèmekleurige tinten, met torenspitsen en grotten, betoverend en magnifiek. Het heeft iets onwerkelijks, niet van deze wereld. Van hieruit kan je via de Navajo loop naar beneden in de canyon afdalen en via Queens Garden terug naar boven komen. Hier staat Thor’s hammer, een hoge, piek met een vierkant rotsblok op, het meest gefotografeerde beeld van Bryce. Hier loopt ook het steile Wall Street, een smal pad omringd door stenen wanden, dat enkel in de zomer toegankelijk is. Zelfs de namen spreken tot de verbeelding. Ik heb veel zin om de afdaling mee te doen, toch tot in Queens Garden, maar de eindeloze stroom mensen die hijgend en puffend naar boven komen, schrikt me af.

Ze hebben duidelijk veel meer conditie dan ik en toch kost het hen moeite om de klim aan te kunnen. De zoon aarzelt natuurlijk niet en ik sluit een compromis met mezelf en loop een klein eindje mee. Al snel laat ik hem alleen verder gaan en stap terug naar boven waar ik op mijn gemakje de afstand tussen de twee punten op effen terrein afleg. Onderweg passeer ik een dame die bibberend aan de arm van haar begeleider hangt en mij toeroept dat ze haar hoogtevrees probeert te overwinnen. Ik begrijp haar volledig, want ook ik moet op mijn tanden bijten. Eens terug boven, is het uitzicht indrukwekkend. Hier en daar staan bankjes die uitnodigen om in alle rust dit spektakel te bewonderen en ik maak er dankbaar gebruik van. In de diepte zie ik kleine menselijke stippen, dappere klimmers die net als de zoon absoluut Wall Street gedaan willen hebben. Vol bewondering ben ik voor hen en het is nog maar eens een aansporing om aan mijn conditie te blijven werken. Ik heb te veel hoogtevrees om ooit een echte klimster te worden, maar een beetje verder zou ik toch graag kunnen gaan. Op de één of andere manier mis ik de zoon wanneer hij terug boven komt, maar we vinden elkaar terug bij de picknickzone.

Het is er een overrompeling van Chinese toeristen die vechten voor een plaatsje op de bank. Wanneer ik terug kom van het toilet tref ik een zoon aan in alle staten omdat een Chinese man gewoon zijn boterhammen op zijn fototoestel had gelegd om hem op die manier van zijn plaats te proberen te dwingen. Zoonlief was al begonnen met Chinees te leren maar kan zich tot zijn grote spijt nog niet voldoende uitdrukken om die man eens deftig zijn gedacht te zeggen. Ik krijg de opdracht om het plaatsje op de bank met mijn leven te bewaken en geen vin te verroeren terwijl hij zich op zijn beurt sanitair gaat ontspannen. Wij zijn van Antwerpen en dat zullen ze daar in Bryce geweten hebben. Met alle Chinezen maar niet met den dezen. Achteraf kunnen we er eens hartelijk om lachen alhoewel het fototoestel, terecht, toch een teer punt blijft. Het is ons te druk en we eten snel onze picknick op en nemen dan de pendelbus terug. Nog even kijken we rond in het kleine westernstadje aan het overkant van ons hotel en snuisteren we wat in de souvenirwinkel, maar dan wordt het tijd om naar Springdale te rijden waar we ’s avonds verwacht worden. De rit naar Springdale loopt dwars door Zion National Park en zo krijgen we al een eerste indruk van wat ons morgen te wachten staat. Zion is heel anders dan Bryce,. Anders maar zo mogelijk nog mooier met hoge rotsen en klaterende stroompjes en beken. Het is wonderlijk dat zowel het klimaat als het landschap zo kan veranderen op zo’n korte afstand. Hier zijn het geen koeien die op de weg lopen maar geiten die op hun gemak oversteken en dan met een paar behendige sprongen de bergwand opklimmen. Het blijft machtig om de dieren in hun eigen habitat bezig te zien. Alleen daarvoor zou men al de natuur intrekken. Ons motel lijkt op het eerste zicht niet veel soeps, maar indrukken kunnen bedriegen. De kamer is prachtig en de dame aan de receptie zeer behulpzaam.

Er zijn verschillende eetgelegenheden in het kleine stadje, maar het Mexicaanse restaurantje dat ze ons aanraadt is super en duidelijk populair. We moeten buiten wachten tot er een tafel vrijkomt, maar het eten is zeker het wachten waard. In de US kan je meestal geen tafel reserveren, tenzij in de erg chique restaurants in de steden. Iedereen wacht buiten of aan de bar op zijn beurt en dat werkt prima. Ik probeer hier voor de eerste keer in mijn leven Chimichanga’s, die ik alleen al omwille van de naam wil proeven. Het is beslist een aanrader alhoewel ik de Enchillada’s in Las Vegas nog net een ietsje lekkerder vond. Na het eten wandelen we, moe van de vele indrukken, terug naar ons motel. Morgen staat Zion als laatste National Park op het programma. Een laatste keer genieten van de natuur voor de reis erop zit. En zoals meestal is het leste, het beste.

verslag: Tris foto’s: aboutacertainsam

DELEN
Vorig artikelPaaltjes Sperwerlaan terug geplaatst
Volgend artikel20-jarige fietster onder wagen
De mens achter het nieuws. Ludo zette 39 jaar geleden zijn eerste stappen bij Dagblad Het Volk, bouwde mee de berichtenkrant van TV Kempen & RTV uit en maakte de site van ThalsFM groot. Nu is hij hoofdredacteur.