‘Onder de indruk van Canyonlands’

Moab is een klein, levendig stadje dat het duidelijk moet hebben van de toeristen. Langs Mainstreet is het een aaneenschakeling van restaurantjes, souvenirwinkels en evenementszaken die allemaal de meest spectaculaire rafting of 4×4 ervaring beloven. Wij zijn hier echter om Canyonlands en Arches National Park te verkennen en beginnen onze tocht in het Visitor Center in downtown Moab. Een vriendelijke dame staat ons te woord en raadt ons aan om eerst de Canyonlands en Dead Horse Point te verkennen. Het is al iets later op de ochtend en bij Arches staan er nu al rijen wachtende auto’s, dus dat zal voor morgen zijn. Gewapend met een landkaart en advies, staan we enkele minuten later terug buiten. We steken Mainstreet over waar een kleine, alternatieve broodjeszaak uitnodigend lonkt. We besluiten er een picknick te halen voor later op de dag. Je kan er allerhande lekkere, maar vooral supergezonde boterhammen bestellen die à la minute klaargemaakt worden terwijl je aan één van de gezellige tafeltjes wacht.

Een bordje aan de muur verkondigt “because nice matters” en dit is duidelijk het motto van de zaak. Er is free Wifi en aan de andere tafeltjes zitten jonge mensen met laptops ijverig te werken of te studeren. Er hangt een beetje een hippie sfeertje en de toon is gezet wanneer we even later met dik belegde sandwiches in verantwoorde bruine papieren zak de zaak verlaten. De ingang van de Canyonlands ligt wat verder op de weg, buiten de stadskern, en iets later rijden we het National Park binnen. In het midden van het park vloeien twee machtige rivieren samen, de Green River en de Colorado.

Het punt waar deze samen komen, verdeelt het park in drie delen. Ik moet even denken aan “Green River, the Whiskey without a headache”, in Kentucky gebrouwen moonshine, die vroeger om zijn “geneeskundige werking” werd gedronken en waarmee je volgens Frank Sinatra de verf van je hout kon halen. Als ik hier zie hoe de kracht van de Green River zich een weg baande door het gesteente, kan ik er mij iets bij voorstellen. We parkeren onze auto in het noordelijk deel van het park “Islands in the Sky”. Een wandelpad van iets minder dan een kilometer brengt ons naar Mesa Arch, een spectaculaire stenen boog aan de rand van een klif. Door de boog heen heb je een fenomenaal zicht op de canyons en de La Sal bergen in de verte. Dit moet wel de meest gefotografeerde arch ter wereld zijn, en terecht. Het uitzicht is niet te beschrijven. Het lijkt wel een portaal naar een andere wereld en we voelen nog maar eens hoe nietig we als mens zijn in deze uitgestrekte pracht van de natuur. Overal langs het pad staan bordjes met de namen van de planten die hier tegen alle verwachtingen in groeien.

De dorre zandbodem van de woestijn krioelt dan ook van leven. Microscopisch leven, bacteriën die het zand en andere aarde samenbinden zodat algen, mossen en schimmels kunnen groeien en zo dit droge zand omvormen tot een omgeving waar leven niet alleen mogelijk is, maar ook floreert. Omdat deze micro-organismen op nog geen 3 mm van de oppervlakte leven, waar ze zaden en kostbare druppels water vasthouden, is een voetstap voldoende om een universum aan leven te vernietigen. Overal worden we dan ook gewaarschuwd om op de paden te blijven en het is ook hier wonderlijk te zien hoe de toeristen zich aan deze regel houden. Respect voor de natuur in al haar vormen staat hier centraal. ’s Middags vinden we een picknickplaats waar houten banken uitnodigend verspreid staan. We eten onze meegebrachte lunch op en ik word vanuit een boom in de gaten gehouden door een wit met blauwe vogel. Het lijkt wel de originele angrybird en hij is duidelijk ontstemd omdat ik hem geen stukje brood geef. Mijn hart bloedt, maar ook hier is het ten stelligste verboden de dieren te voederen. In 1964 tekende president Johnson “the Wilderness Act” waarin wildernis omschreven wordt als “ een gebied waar de aarde en haar levensgemeenschap niet gestoord worden door de mens, waar de mens een bezoeker is die niet blijft”.

Dit betekent ook dat dieren er wild moeten blijven en niet gevoederd worden door de mens, die slechts op bezoek is om van al deze pracht te genieten. Wanneer we terug in de auto komen, merkt de zoon dat de benzinetank bijna leeg is. We besluiten dan ook het park uit te rijden en eerst in Moab te gaan tanken. Het laatste dat we nodig hebben is dat we hier ergens stranden. Met een volle tank en voorzien van het nodige drinken, zetten we onze tocht verder naar Dead Horse Point State Park. Het park bevindt zich op een pijlvormige klip met een ongelooflijk uitzicht op de tafelbergen, plateaus en grillige rotsformaties, enkel toegankelijk via een smalle teogang. Het bruin-rood-zwarte landschap is uitgestrekt en desolaat.

De strakke wind herinnert aan de oerkracht waarmee de terrassen en pieken uitgehouwen werden in de rotsen. De legende wil dat een bende paardendieven hier een kudde wilde mustangs insloten en aan hun lot overlieten. De dieren stierven van de dorst met zicht op de onbereikbare Coloradorivier onder hen in de diepte. Een gruwelijke dood. Vanaf dit uitkijkpunt zien we ook de vlakte eindigend in een diepe afgrond waar Thelma en Louise, in de gelijknamige film, over de rand reden om te ontsnappen aan de achtervolgende politie. In mijn verbeelding zie ik hun auto over de klif gaan terwijl het plateau ervoor krioelt van politiewagens met loeiende sirenes en de agenten machteloos moeten toezien. Het voelt onwerkelijk aan om hier nu zelf te staan.

Aan onze linkerkant ligt in de verte een felblauwe vlek die aan een sportstadium of iets dergelijks doet denken. Het blijkt een zoutmijn te zijn, meer bepaald winning van kaliumchloride door verdamping door de zon. Oeroude zeeën hebben hier zo’n 300 miljoen jaar geleden kalium afgezet in de Paradox formatie, zoals dit bassin heet. Om dit zout op te lossen wordt water door de rotsformaties gepompt en opgevangen in een soort vijver. Daar wordt het zoute water vermengd met felblauwe verf om de verdamping te versnellen. De droge woestijnlucht en de zon doen hun werk en dit levert een oogst op van kalium dat verwerkt wordt tot meststof voor planten. Of hoe de natuur teruggeeft aan de natuur.

Na zo veel impressies, besluiten we als tegengewicht ’s avonds één van de Italiaanse restaurantjes op te zoeken. Een bordje pasta zal ons smaken. Het is echter duidelijk dat ik nog zwaar onder de indruk ben en niet in mijn normale doen. Wanneer ik aan de ober een lepel vraag en hij mij niet direct begrijpt, begin ik zelfs aan dit eenvoudige Engelse woord te twijfelen. Ik kijk de zoon aan en vraag stilletjes: “Lepel is toch spoon hé”. Hij knikt geruststellend en vraagt een “spoon” aan de duidelijk verwarde man, die ervan overtuigd is dat ik óf geen woord van de Engelse taal machtig ben, óf zwakbegaafd. De rest van de avond converseert hij enkel met de zoon. En ik die dacht dat mijn Engels perfect was.

Na de Daiquiri in Las Vegas en de lepel in Moab begin ik er toch aan te twijfelen. Om nog maar te zwijgen van die keer in Brooklyn toen ik aan een totaal verbouwereerde kelner vroeg om “the card” te zien in plaats van “the menu”. Een euvel dat de zoon mij ook nooit zal laten vergeten, hoe oud ik ook word. Gelukkig kunnen we ermee lachen, hij vindt het in ieder geval hilarisch. Het levert weer stof voor menig familiefeest waar mijn onkunde ongetwijfeld uitgebreid uit de doeken gedaan zal worden. Lepel, net als “the card”…. Ik vergeet het van mijn leven niet meer.

tekst: Tris foto’s: aboutacertainsam

DELEN
Vorig artikelNieuwjaarke Zoete: veilig nieuwjaarzingen
Volgend artikel7 bestuurders blazen positief
De mens achter het nieuws. Ludo zette 39 jaar geleden zijn eerste stappen bij Dagblad Het Volk, bouwde mee de berichtenkrant van TV Kempen & RTV uit en maakte de site van ThalsFM groot. Nu is hij hoofdredacteur.