‘The Wild, Wild West in Monument Valley’

Vroeg in de ochtend zit ik stilletjes in het zonnetje te genieten op het terras van de bungalow. Op het tafeltje liggen op een bord de ontbijtwafeltjes waar ik al zo lang naar snakte. De eerste hap is verrukkelijk; zo smaakt thuiskomen na een lange reis. In mijn tas dampt de verse koffie en voor me ontrolt zich het majestueuze landschap van Monument Valley. De Messas en de Butes, zoals de monolieten hier genoemd worden, bekend uit ontelbare westerns. Het zijn alleenstaande rotsen in de meest bizarre vormen, verloren in een dorre vlakte. Alsof een reuzenhand ze hier achteloos neergooide en vergat, zoals dobbelstenen of legoblokken wanneer het spel ten einde is. Een gevoel van diep gelukkig zijn overvalt me. Hier in deze uitgestrektheid zou ik honderd jaar kunnen worden. We doen het kalm aan vanmorgen. We hebben tijd. Na een uitgebreide douche, laden we onze koffers terug in de auto en rijden naar de receptie. Er liggen flyers van de jeeptours die worden aangeboden en we besluiten ons in te schrijven voor een rondleiding kort na de middag. Dat geeft ons nog even de tijd om de omgeving en de giftshop te verkennen. Alles staat hier in het teken van John Wayne, de Duke, übercowboy en plaatselijke held bij uitstek. Hier draaide hij zijn films “Stagecoach” en “She wore a yellow ribbon”. We vinden en bezoeken zelfs de oorspronkelijke cabin van Captain Nathan Brittles, het hoofdpersonage uit deze western. Tegen de middag aan beginnen we toch terug honger te krijgen en de zoon herinnert zich een Subway op weg naar hier. Het is een ritje van 35 km enkel, maar hier is het de normaalste zaak van de wereld om zo ver te rijden om een broodje te gaan eten. Zeker voor een steak and cheese sub. Toch zie ik dit thuis niet zo gauw gebeuren, 70 km voor een snack. Afstanden hebben hier duidelijk een heel andere betekenis dan bij ons. Terug aan de lodge gekomen, worden we opgepikt door een voertuig dat het midden houdt tussen een jeep en een open busje met houten banken. Samen met een tiental andere toeristen nemen we plaats. Onze gids is een Navajo man die duidelijk trots is op zijn roots. Hij neemt ons eerst mee naar de hogan van zijn oma Lucy. Vergeet de wigwams en de tipi’s die Hollywood ons leerde kennen. Ze dienen enkel om toeristen te lokken. De hogans zijn de traditionele woningen van de Navajo. Ze lijken qua constructie op de woningen die men ook in Mongolië vindt. Een teken dat de indianen in Noord Amerika dezelfde voorouders hebben als de Mongolen in Azië. Ze staken tienduizenden jaren geleden over van Siberië naar Alaska toen de continenten nog niet gescheiden werden door de Beringzee. Een hogan is rond, koepelvormig en zit gedeeltelijk in de grond. De zorgvuldig gevormde houten balken die het skelet uitmaken worden overdekt met leem. Alles wordt exact volgens de traditie gebouwd. De ingang is naar het oosten gericht om de eerste zonnestralen op te vangen en om de boze geesten van de nacht te verdrijven. We kunnen makkelijk met allemaal binnen en maken er kennis met Lucy. Ze is bedreven in het weven van de kleurrijke wandtapijten die ze ons probeert te verkopen en ook alle andere vaardigheden die een vrouw moest kennen in deze cultuur is ze meester.

Ze nodigt één van onze medereizigsters met lang zwart haar uit om voor haar plaats te nemen en demonstreert hoe Navajo vrouwen traditioneel hun haar opsteken met kleurrijke linten. De dame ziet er prachtig uit met haar nieuwe kapsel en natuurlijk wordt er van ons allen een kleine bijdrage verwacht. Het is geen verplichting, maar we geven graag een kleinigheid. Voor een dollar extra, mag ik zelfs met Lucy op de foto. De gids is duidelijk trots op zijn oma en vertelt ook vol fierheid over zijn moeder en tante die meespeelden als figuranten in “She wore a yellow ribbon”. Samen met de Duke in een film acteren wordt hier als een zeer bijzondere prestatie aanzien. Een beetje zoals bij ons met een BV op de buis verschijnen, denk ik dan bij mezelf.

Na dit bezoek, rijden we steeds verder Monument Valley in en wijken af van de paden die de gewone auto’s kunnen nemen. We worden wel een beetje door elkaar geschud op de smalle, kronkelende en hellende weggetjes, maar al bij al valt het best mee. Het landschap met de statige Messas in de meest uiteenlopende vormen, is meer dan de moeite waard. Onderweg stoppen we enkele keren om foto’s te kunnen trekken. Natuurlijk niet per ongeluk steeds bij kleine marktjes waar Navajo zelfgemaakte juwelen, tapijten en dromenvangers verkopen. Ik kan er niet aan weerstaan en neem mijn eigen “dreamcatcher” mee. Deze wou ik al lang en veel echter dan dit wordt het niet meer. Op een overhangende klif zit een cowboy roerloos op een paard, als een standbeeld uit vervlogen tijden. Iedereen wordt uitgenodigd om, weer tegen een kleine vergoeding uiteraard, een foto te nemen en wie wil mag zelf op het paard zitten. Alles ademt hier de sfeer van het Wilde Westen uit. Een landschap dat tot de verbeelding spreekt, nieuw en toch ook vertrouwd. De zoon leeft zich uit en neemt de ene prachtfoto na de andere. Op de terugweg, vertelt onze gids ons over ‘the Long Walk”, de Lange Tocht. Een pijnlijk punt in de geschiedenis van de Navajo. Tussen 1864 en 1866 werden zo’n 8000 indianen, ongeveer de helft van de Navajo bevolking, gevangen genomen en weggevoerd naar Bosque Rodondo in New Mexico. In totaal wel meer dan 50 marsen. Ze moesten de hele weg te voet afleggen en velen overleefden de tocht en de gevangenschap erna niet. Het was een poging tot etnische zuivering zoals de Holocaust bij ons in Europa. In 1868 mochten de overlevenden terugkeren naar hun reservaat in Arizona en kregen van de Amerikaanse regering schapen als schadeloosstelling. Dit was het begin van hun sedentaire leven in Navajo Nation. Momenteel wonen er ongeveer 140.000 indianen in het reservaat. Een tienvoud van de bevolking in 1860. Ook de Apache indianen hadden hun eigen “Long Walk” en het blijft een heikel punt. Een blaam op de geschiedenis van de Verenigde Staten en één die niet licht vergeten zal worden. Na de jeeptocht is het tijd voor ons om verder te trekken. We worden ’s avonds in Moab verwacht.

Natuurlijk stoppen we nog even op Highway 163 met het legendarische zicht op Monument Valley. Een plek die ontelbare keren gefotografeerd werd, op onnoemelijk veel posters vereeuwigd en waar Forrest Gump, na drie jaar al lopend Amerika doorkruist te hebben, de legendarische woorden sprak: “I’m pretty tired… I think I’ll go home now. “Home” zit er voor ons nog niet in want we hebben nog heel wat voor de boeg. Om te beginnen morgen al de Canyonlands en de Arches, maar eerst ons hotel opzoeken want ondertussen zijn ook wij “pretty tired” en aan een welverdiende nachtrust toe.

verslag: Tris

foto: aboutacertainsam

DELEN
Vorig artikelOosterwijk For Life: 27.500 euro voor Kom op Tegen Kanker
Volgend artikelFietsverkoop Nijlen
De mens achter het nieuws. Ludo zette 39 jaar geleden zijn eerste stappen bij Dagblad Het Volk, bouwde mee de berichtenkrant van TV Kempen & RTV uit en maakte de site van ThalsFM groot. Nu is hij hoofdredacteur.