Van Hooverdam naar Grand Canyon en Route 66…

’s Morgens laten we de lichtstad achter ons en trekken oostwaarts richting Grand Canyon. Onze eerste stop ligt een kleine 50 km verder. Hoover Dam, een betonnen boogdam in de Colorado rivier. Deze rivier is met haar 2334 km één van de grootste in Noord Amerika en loopt door Utah, Arizona, Nevada en Californië. Voor de bouw van de dam had het dal van de Colorado regelmatig te maken met overstromingen wanneer in het voorjaar de sneeuw van de Rocky Mountains begon te smelten. Het smeltwater deed de rivier zwellen en bedreigde de stroomafwaarts gelegen boerderijen. In 1921 vatte Herbert Hoover, toen nog minister van handel, later de 31ste president van de Verenigde Staten, het plan op om een dam te bouwen in Boulder Canyon op de grens tussen Arizona en Nevada. Zo kon men de overstromingen in bedwang houden én water opslaan voor de irrigatie van dit kurkdroge gebied. De verkoop van elektriciteit zou ervoor zorgen dat de dam een eigen inkomen had zodat het onderhoud niet ten laste van de belastingbetaler kwam. In 1930 begon men aan de bouw van dit hoogtepunt van de Art Deco. Niet in de Boulder Canyon zoals eerst voorzien maar in de Black Canyon. Toch wordt Hooverdam nog steeds ook wel Boulderdam genoemd. Nu leveren de 17 hydro-elektrische generatoren stroom voor 500.000 gezinnen en staan ze in voor de verlichting van de Strip in Las Vegas. Zonder zou de gokstad er heel anders uitzien en zou ze nooit de naam van lichtstad waardig zijn. Achter de dam vormde zich Lake Mead, het grootste kunstmatige meer ter wereld dat met een kustlijn van wel 1315 km water voorziet voor 6 staten: Arizona, Californië, Colorado, Nevada, New Mexico en Utah. De beveiliging aan Hoover Dam is na 9/11 rigoureuzer dan in een luchthaven. Wanneer we er aankomen worden wij en onze auto aan een strenge controle onderworpen. Het is duidelijk dat men veiligheid hier niet licht opvat. We hebben wat moeite om een parkeerplaatsje te vinden, want we zijn duidelijk niet de enige bezoekers, en moeten een eindje stappen van de wagen naar de dam zelf. Onder normale omstandigheden is dit geen probleem, maar de hitte is hier verzengend. Zo mogelijk nog erger dan in Death Valley. Ik kan mij levendig voorstellen hoe de bouwvakkers hier afzagen in de jaren 30, ten tijde van de Grote Depressie. Ze werkten onder mensonterende omstandigheden. De constructietunnels werden niet geventileerd en ondanks de inzet van ijsploegen, the Ice Brigade, lieten meer dan 100 arbeiders het leven. Bij oververhitting renden deze “ijsmannen” de tunnels in om de werklieden in natte doeken en ijs te wikkelen, maar helaas kwamen ze vaak te laat. Ook vrouwen en kinderen kwamen om door hitte en slechte hygiëne in de tentenkampen. In 1931 hadden ze er genoeg van en brak er een staking uit. Ook al werd de staking hardhandig gebroken, toch leidde ze uiteindelijk tot de bouw van Boulder City op zo’n 12 km afstand waar de gezinnen op een meer menswaardige manier een onderkomen vonden. Het zicht op de elektriciteitscentrale en het meer is fenomenaal. De 17 gigantische turbines, de betonnen tunnels en bruggen en het diepblauwe water van het meer waarop witte zeilbootjes en grotere plezierjachten dobberen, dit alles omringd door de rotsen van deze canyon. Het heeft iets buitenaards en je voelt je als mens nietig tussen deze reuzen. Midden op de brug steken we de staatsgrens over. Van Nevada stappen we zo maar Arizona binnen. De zon weerkaatst genadeloos op het beton en er is geen greintje schaduw te bespeuren. Inmiddels gutst het zweet van ons gezicht en zijn we haast uitgedroogd. Tot overmaat van ramp werken de drankautomaten, die hier en daar opgesteld zijn, niet en zit er niets anders op dan door te wandelen naar de winkel van het Visitor Center. Binnen is het koel en zijn ze duidelijk voorzien op dorstige toeristen. We kopen drank en laten ons verleiden tot een ijsje. Ik neem een citroenijs en bij het zicht alleen komt er al wat water in mijn mond. Wat eerst een prima idee leek, blijkt al gauw iets minder. Het sorbet is mierzoet en de verpakking is ver van handig. Al snel hang ik helemaal vol met het kleverige goedje en ook onze auto moet eraan geloven. Volgende keer toch maar een gewoon ijsje zoals de immer praktische zoon. Dit is duidelijk niet voor herhaling vatbaar. Het bezoek aan Hoover Dam daarentegen staat met stip op de lijst van meest indrukwekkende plaatsen. De weg naar het Grand Hotel aan de zuidrand van de Grand Canyon is voor ons een eerste kennismaking met Arizona en ik word onmiddellijk verliefd op deze prachtige staat. Onze weg leidt ons door uitgestrekte, gele vlakten vol hooi en het gevoel van ruimte is onbeschrijfelijk. Verderop rijden we omringd door lage struiken onder een bewolkte hemel de bergen tegemoet. Een regenboog die staat te pronken boven uitgedroogde weilanden, houdt ons een tijdje gezelschap en ik kan me haast voorstellen dat er inderdaad een pot met goud aan het einde te vinden is. Hier en daar staan de typisch Amerikaanse houten huizen en trailers. Van weelde of rijkdom is hier duidelijk geen sprake. Tussen Kingman en Flagstaff leggen we zelfs een stukje van de historische Route 66 af. Over bucket list materiaal gesproken. Deze route was vroeger 2448 miles, zo’n kleine 4000 km, lang en liep door 8 staten. Na de bouw van de I-40, die parallel met, en zelfs gedeeltelijk op, deze route werd aangelegd, werd de Route 66 in 1985 geschrapt van de lijst van US Highways. Het is niet langer mogelijk om helemaal van Chicago naar Los Angeles te rijden, maar de route blijft tot de verbeelding spreken. Wie hier in de buurt is, kan het niet laten minstens een stukje te verkennen. Het is al donker wanneer we in ons hotel aankomen en meteen worden we helemaal in een berg- en westernsfeer gedompeld. De indrukwekkende lobby met veel groen- en bruintinten en hangt vol met dierenhoofden. Beren, bizons, antilopen, herten, poema’s… alle dieren die hier in het wild leven. De houten trappen leiden naar onze kamer waar een bordje in 4 talen, of wat ervoor moet doorgaan, ons waarschuwt dat het water van het toilet gerecycleerd is en dus niet drinkbaar. Men vermijdt zelfs het best contact met de huid maar ik betwijfel of veel Duitsers de zin: “vermeiden Fie Kontalet” zullen begrijpen. Hier is duidelijk geen talenknobbel aan het werk geweest. We gooien onze koffers af en besluiten te voet een eindje verder één van de kleine restaurantjes op te zoeken. Buiten wacht ons de zoveelste verrassing. Op de grasberm tussen voetpad en drukke weg grazen argeloos en onverstoorbaar enkele herten. Ze lopen hier zomaar vrij rond en zijn duidelijk gewend aan mensen. Dieren horen er hier bij en van automobilisten wordt verwacht dat ze er rekening mee houden. Ook dit is Arizona, de Grand Canyon staat die meer en meer mijn hart steelt. We vinden een eettentje dat een beetje het midden houdt tussen pizzeria en fastfood restaurant. De ruimte met tafels en stoelen voelt wat refterachtig aan maar de pasta en pizza die we afhalen aan een toog zoals in een hamburgertent zijn heerlijk en zelfs de wijn in kleine flesjes is best te drinken. Zo sluiten we weer een dag vol indrukken af. Deze reis brengt ons van het ene uiterste naar het andere. Elke keer wanneer we denken het mooiste gezien te hebben, komt er iets nog meer indrukwekkends op de proppen. Benieuwd wat morgen de Grand Canyon ons gaat brengen.

verslag: TRIS, fotos: aboutacertainsam