Vegas baby!

Wakker worden in Vegas, of moet ik zeggen: in het oude Egypte. Elk hotel langs de strip heeft zijn eigen thema. Excalibur lijkt wel een middeleeuws pretpark en dompelt je onder in de wereld van Koning Arthur en de ridders van de ronde tafel. Caesar’s Palace katapulteert je terug naar het oude Rome. In de Mirage waan je je in de Stille Zuidzee compleet met haaientank en uitbarstende minivulkaan. En wij slapen in Luxor, omringd door piramides en mysterieuze sfinxen. Het is nog vroeg wanneer we onze kamer verlaten en we genieten van de rust.

Ook al kan je overal in de hotels 24 u op 24 terecht, toch is het duidelijk dat feestvierders en gokkers hun roes uitslapen vooraleer ze straks weer in het bruisende casinoleven stappen. We halen ons ontbijt aan één van de vele eetkraampjes die het hotel rijk is. Je vindt er alles wat je maar kan bedenken van supergezonde voeding tot de ergste junkfood en midden tussen de eettentjes staan tafels en stoelen uitnodigend klaar. Wie niet wil, moet hier nooit buiten gaan. Zelfs een schietgebedje in een kapel of trouwen met de liefde van je leven die je de vorige avond leerde kennen, behoren tot de mogelijkheden. En mocht die liefde bij het wakker worden toch niet zijn wat je verwachtte, ben je even snel terug gescheiden. Stilaan komt de stad meer tot leven en na ons nog even opgefrist te hebben in onze kamer, trekken we erop uit. Natuurlijk kunnen we het niet laten om eerst een gokje te wagen aan één van de vele slotmachines die overal uitnodigend staan te blinken. We slagen er zelfs in om een kleine winst te maken en voelen ons al een beetje multimiljonair, zoals elke beginnende gokker hier. De hoop en het geloof dat geluk in het spel voor ieder van ons is weggelegd, is de grote aantrekkingskracht van deze oase in de woestijn. Wanneer je echter even nuchter rondkijkt naar de decadente weelde en beseft dat alles gebouwd en gefinancierd werd met het geld van de gokkers, weet je dat ook deze droom een illusie is.

Net als alles in Las Vegas, Spaans voor “de weidelanden”. Wat ooit begon als een stopplaats met enkele bordelen en saloons langs the Old Spanish Trail, een route van New Mexico naar Californië voor goudzoekers en soldaten, groeide uit tot een miljarden business. Terwijl we van het ene hotel naadloos het andere inlopen, via roltrappen en overdekte bruggen, worden we haast verblind door alle glitter. Alles hier blinkt en schittert, van gsm hoesjes over petjes en sweaters tot reiskoffers en nog veel meer. Het is al kleur en klatergoud dat de klok slaat. Nu ben ik zelf wel te vinden voor een beetje bling-bling maar hier draait zelfs mijn maag om van de overdaad en mijn voorliefde voor blinkende hebbedingetjes krijgt een serieuze deuk. De modekleur bij uitstek is dit jaar duidelijk fluogeel. Jonge meisjes lijken wel lichtgevende kanaries in topjes en leggings. Hoe ronder de vormen, hoe strakker en meer fluo de kleding. Hier zijn vrouwen niet beschaamd om hun lichaam te tonen. Ze pronken met een maatje, of meerdere maatjes, meer en stralen een zelfvertrouwen uit waar ik alleen maar stille bewondering voor kan hebben.

Hoe verder we de strip opwandelen, hoe meer het namaakgoud plaats maakt voor echte rijkdom. In de winkels in de Via Bellagio en de Forum shops in Caesar’s Palace huizen grote namen zoals Prada, Fendi, Chanel, Dior, Tiffany, Versace, Jimmy Choo, Van Cleef & Arpels… te veel om op te noemen en het ene merk nog groter dan het andere. Alles aan het Bellagio hotel ademt stijl en geld uit. De fonteinen langs de buitenkant zijn adembenemend. Een waterballet op de tonen van steeds wisselende muziek, van hypermodern ’s middags naar rustiger en met meer croonergehalte ‘s avonds. Ik kijk en luister er met open mond naar. Dit is gewoon prachtig. Een schouwspel waar ik helemaal in op ga. Binnen baadt alles in luxe. Marmer en goud, versierd met duizenden bloemen. In het casino zijn aparte delen voorzien voor wie ongestoord en voor grof geld poker wil spelen. Wanneer ik gebruik maak van het sanitair, blijkt zelfs het toiletpapier chiquer en luxueuzer dan elders.

Het fijnst vinden we beiden echter Caesar’s Palace, het favoriete hotel van Frank Sinatra. Ook hier de nodige weelde maar gemoedelijker en menselijker. We zijn hier net wanneer het Mexicaanse onafhankelijkheidsweekend gevierd wordt, een belangrijk feest. De geschiedenis van Mexico is onlosmakelijk verbonden met dit deel van de States waar ook het Spaans meer en meer een volwaardige tweede taal wordt. Een standbeeld van Julius Caesar is helemaal versierd in Mexicaanse klederdracht, inclusief sombrero, en er rond speelt een bandje luide mariachi muziek. De sfeer zit er goed in en er wordt gelachen en gedanst, want ook dit is Vegas. Feesten van de vroege ochtend tot de late avond. In het winkelcentrum wanen we ons in de straatjes van Rome en wanneer ik opkijk naar de blauwe lucht met witte wolken, schrik ik. Het licht is hier anders dan daarnet op de Strip. Zou er onweer op komst zijn? De zoon kijkt mij lachend aan en schudt zijn hoofd om zoveel domheid. Dit kan ik toch niet menen? Jawel, ik had het werkelijk niet door. We zijn helemaal niet buiten maar bevinden ons onder een trompe-l’oeuil plafond met geschilderde maar oh zo levensechte lucht.

Natuurlijk trekken we zelf ook een uurtje uit om te shoppen, zij het dan in de minder exclusieve winkels. Een bezoekje aan Victoria’s Secret kan ik toch niet overslaan en de boetiek van het Hard Rock café staat bij ons beiden met stip op nummer één. Wanneer we beladen met zakken terug op onze hotelkamer aankomen wacht ons een minder prettige verrassing. Onze kamer werd niet schoongemaakt. Geërgerd bel ik met het hoofd van de huishouding maar dit blijkt normaal omdat we ’s morgens ons nog even opgefrist hadden. Weet je nog wel: “you snooze, you lose” en je kamer een kwartiertje bezet houden wanneer de kamermeisjes rondgaan, betekent dat je kans op een poetsbeurt onherroepelijk verkeken is. Gelukkig krijgen we nog wel schone handdoeken en extra zeepjes, maar het blijft toch een kleine afknapper.

We besluiten nog een laatste gokje te gaan wagen. Deze keer laat dame geluk ons echter in de steek. Wanneer ik me laat verleiden om steeds meer geld in de gokmachine te steken, krijg ik van de zoon een wijze les: “never chase your losses”, “loop niet achter je verlies aan”. Soms lijkt het wel of hij mij opvoedt, maar ik ben zeker dat veel ouders van volwassen kinderen dit herkennen. Het is een waarheid als een koe. Wanneer je voelt dat je niet kan winnen, moet je je verlies nemen en stoppen. Het idee dat de grote winst net om de hoek schuilt, bracht al veel gokkers aan de afgrond. Gelukkig wordt het leed een beetje verzacht. Overal lopen diensters rond want zolang je gokt, drink je gratis en je kan bestellen wat je wil. Natuurlijk verwachten ze wel een kleine tip want anders word je voorbij gelopen. Ik doe maar alsof het erg dure drankjes zijn. Zo voelt het verlies toch niet te erg aan Stilaan is het tijd om ons bed op te zoeken.

Het was een lange en vooral erg warme, droge dag en de vermoeidheid slaat toe. Zelfs de halfnaakte Australische jongelingen met het strakke Chippendale lijf die zichzelf “Tunder from Downunder” noemen en mij tickets proberen aan te smeren, kunnen me niet meer bekoren. Ik ben op de leeftijd gekomen dat ze een beetje het mannelijke equivalent van het “domme blondje” zijn. Alhoewel, wanneer ik zie hoeveel succes ze hebben met hun shows, lijken ze me toch slimmer dan gedacht. Voor geld danst de beer, of in dit geval, de afgetrainde jonge man. Het is duidelijk, Las Vegas heeft voor elk wat wils. De stad bruist en leeft, ze kan je maken of kraken en geld is hier de grote afgod. Net zoals zovelen met ons, hebben we het nu echter wel gezien. Het is een fijne afwisseling, een stopplaats, een oase. Maar een dagje of een weekend is meer dan genoeg.

tekst: Tris, foto’s: aboutacertainsam, video: Tris

DELEN
Vorig artikelFrans De Kock wil Toeristentoren in Westerlo
Volgend artikelHC Artemis huldigt kampioenen
De mens achter het nieuws. Ludo zette 39 jaar geleden zijn eerste stappen bij Dagblad Het Volk, bouwde mee de berichtenkrant van TV Kempen & RTV uit en maakte de site van ThalsFM groot. Nu is hij hoofdredacteur.