Trip door de USA: Monterey (2)

    De volgende morgen heeft de zoon een verrassing voor me. Hij troont me mee voor een ontbijt op het schiereiland Monterey. Hij heeft namelijk een dagtrip uitgestippeld die niet op onze reisroute ligt, maar volgens hem een absolute must is. Al gauw zal blijken dat hij gelijk heeft. Nochtans begint het minder goed. We zitten meteen bij vertrek middenin de spits op US Highway 101. Deze loopt via Silicon Valley, het mekka van de grote technologiereuzen. De allergrootste bedrijven hebben er hun hoofdkwartier. Google, Tesla, Facebook, Apple, eBay om er maar enkele te noemen. Hier valt geld te verdienen en wie er werkt, kan zich meestal wel een stulpje in San Francisco veroorloven.

    Aan de overkant is het eveneens een drukte van jewelste. Dit zijn de mensen die in de stad werken maar erbuiten wonen, waar het leven betaalbaarder is. De snelwegen in de US zijn breed, met vele rijvakken en de auto’s zijn groot. Alleen kunnen de meeste Amerikanen, volgens onze Europese normen, van geen meter rijden. Ik hoor de zoon meermaals binnensmonds vloeken en grijp zelf af en toe angstvallig naar de handgreep boven het autoportier. Ik moet wel toegeven dat ik, als controlefreak, nogal snel bang ben als iemand anders rijdt. Hij is nochtans een uitstekende chauffeur en voor wie de ring van Antwerpen gewend is, is dit een wandeling in het park. Toch zijn we blij wanneer we in Monterey aankomen. Beter nog, na een kleine wandeling kunnen we onze voetjes op een zonnig terras onder tafel steken.

    First Awakenings is een typische Amerikaanse eettent. Meer “Murican” dan dit wordt het niet meer. Op de tafels staan de koffiemokken al klaar en de dienster komt met de koffiepot rond om ze te vullen, net als in de film. Je kan er eieren eten op wel 100 manieren klaargemaakt. En voor wie daar niet uit kan kiezen is er nog een assortiment pannenkoeken en wentelteefjes om duimen en vingers af te likken. Ik hou het veilig met een omelet met hesp en kaas, natuurlijk steeds met een portie aardappeltjes geserveerd, maar bestel er nog de avocado bij. Kwestie van de schijn van gezond eten hoog te houden. Mijn gezelschap gaat voluit voor de cowboy omelet met alles erop en eraan. Hij heeft zijn “American soul” blijkbaar al eerder gevonden dan ik.

    Het is genieten met de grote G. Onze innerlijke mens is helemaal versterkt en we zijn klaar voor de 17 mile drive. Dit is een private weg die langs de kust loopt. Je betaalt om hem te betreden. Wie hier woont, is geen sukkelaar. Het is een droomlocatie en de prachtige villa’s liggen er verspreid als parels in het landschap. Alles ademt er ruimte en rust. Langs de andere kant van de weg loopt de kustlijn. Ik zag de ruwe, grijze schoonheid van de Atlantische Oceaan in Massachusetts, Rhode Island en New Jersey. Ik liep langs de stranden van de Golf van Mexico in Galveston en Corpus Christi. Maar niets bereidde me voor op de onmetelijke pracht, de 50 tinten blauw van deze Stille Oceaan. Er zijn witte stranden en dramatische kliffen omringd door mysterieuze bossen. Het water gaat van turquoise naar haast indigo.

    Heel alleen staat op een rots in de branding, the Lone Cypress. Van deze boom wordt gezegd dat hij wel 250 jaar oud is. Hij houdt zich in weer en wind vast aan zijn granieten pedestal. Een wonder van de natuur. Één van de vele die we nog zullen zien. Deze boom is voor Monterey wat de Eifeltoren is voor Parijs of de kathedraal voor Antwerpen. Een herkenningspunt, een monument. De meest gefotografeerde boom ter wereld en ook de zoon doet zijn duit in het zakje. Het levert prachtbeelden op. Verderop komen we bij Pebble Beach dat zijn naam niet gestolen heeft. De platte kleurrijke keien liggen er in torentjes gestapeld op de stranden. Zo mooi zag je ze nog nooit. Een tafereel voor menig fotoshoot. Ik rijd hier ook mijn eerste kilometers, of moet ik miles zeggen, op Amerikaanse bodem. De snelheid is beperkt dus ideaal om te oefenen. Toch is het een beetje met het angstzweet in de handen en ik mis wel een deel van de omgeving door mijn concentratie op de weg. Maar het gaat goed al zeg ik het zelf. De Amerikaanse wegcode wijst zichzelf uit. Bij Carmel by the Sea, het pittoreske plaatsje waar Clint Eastwood nog ooit burgemeester was, verlaten we de 17 mile drive.

    De California State Route 1, beter gekend als Highway 1 die we daarna nemen is zo mogelijk nog indrukwekkender. Deze All-American Highway loopt helemaal langs een groot deel van de Californische kustlijn. Een absolute aanrader om te doen voor wie ooit deze staat bezoekt. Zuidwaarts rijden we tot aan Pfeiffer Big Sur State Park, ook wel klein Yosemite genoemd. Hier begint Big Sur, een natuurparadijs, met zijn cypressen en stranden, waar de Santa Lucia bergketen abrupt uit de oceaan oprijst. Ik ben nog volop al deze schoonheid aan het verwerken wanneer we terugdraaien, noordwaarts richting San Francisco. De Highway 1 brengt ons langs kleine baaien en idyllische inhammen. Kitesurfers tonen er hun kunsten in de branding. De vrolijk gekleurde vliegers dansen tegen de strakke lucht. Op de mini stranden staat hout gestapeld voor een kampvuur na zonsondergang. In gedachten zie ik ze al zitten bij de gloed van het vuur, met gitaar en een sixpack Corona of Bud. Wie ooit de film Point Break uit 1991 zag, verwacht op ieder moment Keanu Reeves uit de golven te zien opduiken. Hier leeft nog de flower power sfeer van weleer maar dan in een hedendaags jasje gestoken. Jonge mensen worden hier één met de natuur. Het is prachtig om te zien en het vervult mij met een gevoel van hoop en vertrouwen in de toekomst.

    Een gevoel dat ik de rest van de reis meedraag. We eindigen onze laatste avond in San Francisco met een etentje in de Cheesecake Factory, welbekend bij de liefhebbers van the Big Bang Theory. Zoals de naam doet vermoeden, eet je nergens cheesecake zoals hier en de keuze is overweldigend. Een geslaagde afsluiter van twee onvergetelijke dagen maar het beste moet nog komen.

    Morgen staat het echte Yosemite, als eerste van de Nationale Parken, op het programma. Reizen jullie mee?

    verslag: Tris, foto’s: aboutacertainsam