‘De Verenigde Staten en San Francisco zijn een beetje mijn thuis (1)

We hebben een bucketlist, de zoon en ik. Een bucketlist vol plaatsen die we ooit willen zien. Één voor één proberen we ze af te vinken, reis na reis. Deze droomreis begint in San Francisco, “the City by the Bay”, stad bij de baai. We arriveren er laat, na een vliegreis van vele uren die ons van Schiphol via Dallas naar San Jose brengt. Gelukkig wacht ons een net hotel helemaal in seventies stijl, met ruime kamer met twee Queensize bedden en zithoek. De huurwagen vertrouwen we toe aan de goede zorgen van de valet die hem voor ons parkeert, uiteraard tegen een fikse vergoeding. Valetparking wordt door de meeste hotels aangeboden in deze stad waar openbare parkings schaars, duur en onveilig zijn. Ons verblijf ligt op de rand van het Tenderloin district.

Wat dit betekent ondervinden we al snel de volgende morgen. We zijn vroeg op pad, deels door de jetlag. Een tijdsverschil van negen uur, dat voel je. Op de hoek van elke straat liggen of staan zwervers en op het voetpad is het af en toe uitkijken om niet in menselijke uitwerpselen te trappen. ‘s Morgens gaan stadsmedewerkers aan de slag met hogedrukreinigers om alles weer schoon te maken. Wie na 10 u de straat op gaat, merkt er niets meer van. De daklozenproblematiek is schrijnend in een metropool als deze waar de woningprijzen de pan uit swingen en zelfs mensen met een fulltime job zich soms genoodzaakt zien in hun auto te slapen. Sociale zekerheid is bijna onbestaand in de Verenigde Staten. Je krijgt het idee ook niet uitgelegd aan de mensen. Zelfs de meest overtuigde Democraten die we ontmoeten, verzetten zich met hand en tand tegen het principe van solidariteit waarbij ieder een deeltje van zijn loon inlevert voor het welzijn van allen.

Volledig ongemoeid gelaten verlaten we de wijk en wandelen naar Union Square. Het “hobo” probleem mag dan groot zijn, iedereen bemoeit zich met zijn eigen zaken en niemand valt je lastig. In een eettentje op het plein bestellen we een egg and cheese panini en zetten ons buiten aan een tafeltje in de eerste zonnestralen. Al gauw leer ik les nummer één van deze reis: “you snooze, you lose” oftewel “blijf steeds bij de pinken”. Terwijl ik druk gesticulerend met mijn panini in de hand helemaal opga in het gesprek, landt een vinnige straatmus vol op mijn broodje en probeert dit met twee poten en bek tegelijk uit mijn hand te rukken. Ze is duidelijk niet aan haar proefstuk. Ik schrik me te pletter. De zoon ligt in een deuk van het lachen, maar ik heb gedaan met eten.

Aangezien er zeer hoge boetes staan op het voederen van vogels, mik ik de restanten van mijn ontbijt in één van de overal aanwezige vuilbakken en gaan we al lachend verder, op naar de cable car. Natuurlijk mag een ritje met deze kleine typische trams die wel naar de hemel lijken te klimmen, niet ontbreken. Het is aanschuiven aan de halte waar een straatmuzikant het beste van zichzelf geeft voor wie enkele dollars kan missen. De man van middelbare leeftijd zingt de pannen van het dak. Zijn versie van Besame Mucho brengt hij in een Spaans dat nog afschuwelijker is dan het origineel van Nat King Cole. Maar hij doet dit met zo veel verve en flair dat je alleen maar bewondering kan hebben voor deze volbloed entertainer. Hiermee is de toon gezet en we nemen plaats in het overvolle trammetje dat ons klimmend en dalend naar Lombard Street, “the crookedest street”, brengt.

De beroemde straat met scherpe haarspeldbochten loodrecht naar beneden. Een trap doet dienst als voetpad. Terwijl we deze afgaan, horen we de remmen van de auto’s die zich aan de afdaling wagen, angstwekkend piepen. Je zou voor minder. Bij Fisherman’s Wharf aangekomen krijg ik eindelijk een goed zicht op de beroemde baai van San Francisco recht voor me uit. De zoon was hier al eerder maar ik niet. Nog nooit zag ik water van een dieper blauw. Overal dobberen kleine, witte zeilen van plezierbootjes. Voor ons, het lijkt wel op een boogscheut, ligt Alcatraz, het gevangeniseiland waarvan ontsnappen onmogelijk was door de sterke stroming. Het moet een hel geweest zijn om daar te zitten. Het vasteland en de vrijheid zo dichtbij dat je ze haast kon aanraken en toch zo onbereikbaar. Een echte Tantaluskwelling. In de verte schittert het rood van de Golden Gate brug. Het is een adembenemend schouwspel en ik geniet met volle teugen. De kleuren in dit deel van de stad zijn overweldigend. Ze zinderen in de zon. Overal vind je eettentjes, kraampjes en artiesten. Een grootvader zingt in echte croonerstijl het schoolgeld voor zijn kleindochter bij elkaar en wijst ons erop hoe goed ons karma wel moet zijn.

We troffen namelijk een zonnige dag in Frisco zonder de mist die er meestal hangt. Op Pier 39 brengen we het verplichte bezoekje aan de zeeleeuwen die hier belandden na de aardbeving van 1989. Ze vonden hier beschutting en, nog beter, een overvloed aan haring, dus besloten ze te blijven. Massaal liggen ze op houten platformen. Het is een wriemelen en brullen dat het een lieve lust is. Sommige dieren zonderen zich af en zwemmen wat verder weg. Ik stel me voor dat dit de minder sociale exemplaren zijn, die ruimte om zich heen nodig hebben en voel meteen iets van een zielsverwantschap. Na de lunch, een heerlijke zuurdesemboterham dik belegd met verse krab van Boudin’s Bakery, stelt de zoon voor om tot aan de Golden Gate brug te wandelen. Overmoedig stem ik hiermee in. Een beetje beweging na de maaltijd is nooit weg en zo ver lijkt het nu ook weer niet. Met de nadruk op “lijkt” wat al gauw optisch bedrog blijkt te zijn. Het is heerlijk kuieren over de Marina Boulevard langs het water tot aan de jachthaven. Dit deel van de stad is een oase van rust met grasvelden, palmbomen en bloemenperken enerzijds en het zicht op de baai langs de andere kant.

Hier vinden we ook het neoklassieke Palace of Fine Arts met tuinen en vijvers, hoge zuilen en schitterende standbeelden . Een overblijfsel van de Internationale tentoonstelling van 1915. Je zou er uren kunnen verdwalen in de tijd, maar we hebben nog een lange weg te gaan. Een weg die ons langs het strand naar de Golden Gate National Recreation Area brengt, een beschermd park met overal picknick plaatsjes en als hoogtepunt de Golden Gate Bridge. Dit hoogtepunt mag je gerust letterlijk nemen want het is een hele klim om er te geraken. Voor mij toch, en voor de eerste keer tijdens deze reis, maar zeker niet de laatste, verleg ik mijn grens. Klimmen na kilometers ploeteren door het zand, daar was ik niet echt op voorbereid en ik voel het leeftijdsverschil met de immer fitte zoon aan den lijve. Compleet buiten adem bereik ik de brug maar het uitzicht maakt alles goed. Het azuurblauwe water met de alom aanwezige zeilbootjes, de felle lucht met suikerspin wolkjes en de omringende, glooiende heuvels zijn van een schoonheid die haast niet te beschrijven valt. Niet te verwonderen dat ontelbare koppeltjes deze plek uitkiezen om te trouwen. Overal langs het strand, in het park en op de brug zie je ze: de jonggehuwden en hun fotografen. Hier wordt het droomscenario van één van de mooiste dagen van hun leven voor eeuwig vastgelegd op de gevoelige plaat. Na 25 km wandelen vinden we het samen genoeg geweest en nemen we de bus terug naar Fishermans Wharf.

Daar troont de zoon me voor het avondeten mee naar Bubba Gump, een restaurantketen gebaseerd op de film Forrest Gump. Één van de weinige films die we allebei schitterend vinden. We zullen hem nog tegenkomen op deze reis. Het is er genieten van lekker eten met een spectaculair zicht op de ondergaande zon over de baai. Mooier kon deze dag niet eindigen. Een laatste rit met de kabeltram brengt ons terug naar ons hotel waar we erg moe maar tevreden ons bed induiken. We hebben onze rust nodig want voor morgen staan er grootse dingen gepland. Hopelijk reizen jullie nog even met ons mee in dit land van uitersten. Uitersten die zich toch altijd ergens lijken te vinden. Een balans die soms hevig doorslaat maar altijd in het midden haar evenwicht bereikt.

verslag: Tris, foto’s: Aboutacertainsam

DELEN
Vorig artikelVC Herentals-Nijlen: 2-2
Volgend artikelOpenflessendag Vinterra in Karmel
De mens achter het nieuws. Ludo zette 39 jaar geleden zijn eerste stappen bij Dagblad Het Volk, bouwde mee de berichtenkrant van TV Kempen & RTV uit en maakte de site van ThalsFM groot. Nu is hij hoofdredacteur.