De koers, de limonade en de cowboy

De E34 op zondagmorgen. Het lijkt of de wereld nog slaapt. Het verkeer is niet te vergelijken met de doordeweekse drukte. Enkel een paar verloren gereden Britten hebben wat moeite met het rechts rijden en ook de Nederlanders met sleurhut ontbreken niet. Het zicht van de Nederlandse nummerplaten met de letters “NL” doet me denken aan vroeger. In een ver verleden, toen we nog jaarlijks naar Joegoslavië reden, betekende die NL volgens mijn nonkel “Nur Limonade”. Nu denk ik dat dat zeker moet geweest zijn voor onze noorderburen de geneugten van het Belgische bier ontdekten. In de kroegen in Antwerpen wordt er door de Ollanders tegenwoordig een stevig biertje verzet en limonade is er een scheldwoord. De lucht is wit, met grijze wolken. Net niet donker genoeg om echt te dreigen. Hoe dichter ik mijn bestemming tegen Peujel nader, hoe vriendelijker het uitspansel wordt. Het grijs wordt afgewisseld met dikke suikerspinnen en hier en daar piept voorzichtig babyblauw. Het weer is hier duidelijk mooier dan in Antwerpen. Of het doet alleszins beter zijn best. De wind staat nochtans overal even strak. Het is wel geen tornado zoals eerder deze week in Amsterdam en in Luxemburg, maar de kruinen van de bomen wiegen over en weer en de vlaggen langs de weg wapperen vrolijk. Nu nog wel. Later zullen ze overal halfstok gehangen worden. Een eerbetoon aan twee dappere brandweerlieden van Heusden Zolder die de vorige nacht het leven lieten, en aan hun gewonde collega’s. Bij het bestrijden van een uitslaande brand in een leegstaand gebouw werden ze door een instorting verrast. Alle hulp kwam te laat. Zouden krakers aan de oorzaak van de ramp liggen? Het onderzoek zal het uitwijzen. Toch is het hemeltergend hoe een moment van achteloosheid, het weggooien van een sigaret of het stoken van een vuurtje zo’n verregaande gevolgen kan hebben. Vaders en echtgenoten die nooit meer thuis zullen komen. Misschien vertrokken ze wel in stilte om niemand wakker te maken of was het een slaperig afscheid, voor de laatste keer genomen. De wegwijzer Bobbejaanland maakt me erop attent dat ik de snelweg moet verlaten. Bobbejaanland, en ik glimlach. In de jaren 90 zaten we met de familie ergens in een afgelegen eettent in Texas, onderweg van Houston naar San Antonio. Daar hing tegen de muur een portret van de oercowboy John Wayne. Maar één van de mannen in ons gezelschap had dit niet zo begrepen. Hij keek naar de foto en zei met uitgestreken gezicht: “Dat is straf. Ik wist niet dat ze hier Bobbejaan Schoepen kenden.” We hebben ons toen gezamenlijk in onze Bud verslikt van het lachen. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat hij van de Kempen was en waar het hart van vol is, loopt de mond blijkbaar van over. Den Bobbejaan is dan ook een hele grote mijnheer in Kempenland en ver daarbuiten, zelfs tot in Antwerpen. Niemand zong ooit zo mooi over de lichtjes van de Schelde als hij. Eigenlijk, om heel eerlijk te zijn, had zijn portret daar ook moeten hangen, ergens “in the middle of nowhere” in Texas. Ik breng mijn aandacht terug naar het verkeer en neem de afrit. En ja, hier komen ze me tegemoet gereden. De wielertoeristen. Mannen en vrouwen, gebogen tegen de wind, net als de eenzame fietser van Boudewijn de Groot. De koers zit de Kempenaren in het bloed. Ze supporteren even hevig als ze zelf rijden en in het café onder den toren is iedereen sportjournalist, criticus of kampioen. Nochtans is het een harde sport die de laatste tijd te veel jonge slachtoffers eiste. Bjorg Lambrecht begon nog maar pas te leven. Tweeëntwintig, een jonge kerel, vol dromen en verwachtingen. Hij had alles om beloften waar te maken, om te stralen tussen de groten. Een val tegen een betonnen duiker in Belk werd hem fataal. Hij zou de ronde van Polen nooit uitrijden. Nu straalt hij voor eeuwig tussen de sterren aan de hemel. En weer staat de wereld even stil. Weer is er onnoemelijk verdriet. De supporters vloeken binnensmonds, vegen tranen van verweerde wangen, analyseren hoe dit kon gebeuren en staren in hun pint. De koers, dat is hard zijn, afzien en vallen hoort erbij. Maar de oneerlijkheid van een jong leven dat in een seconde wordt weggerukt, doet zelfs de stoerste onder hen even slikken. Profrenners en jonge beloften houden een minuut stilte voor de start van hun EK. Bjorg zal nooit vergeten worden. En zoals Boudewijn de Groot zong : “als hij maar geen voetballer wordt” want hier, in dit stukje van België blijft men ondanks alles houden van de wielersport. Ook al is er de pijn en het verdriet, niets is zo schoon als na kilometers tot het uiterste gaan, met de armen in de lucht over de streep rijden. Lief en leed, eindeloze smart en uitzinnige vreugde, het ligt zo dicht bij elkaar, vooral in de koers. Ik parkeer mijn auto en bel aan, met een laatste blik op de altijd aanwezige kerktoren die ook hier het uitzicht domineert. Een autorit naar de Kempen is nooit zomaar rijden. Het zijn zo veel kleine dingen, gedachten die dwalen, een lach en een traan, altijd iets nieuws na elke bocht. Het leven zoals het is, hier op de zandgronden, rond den toren. Tot ergens onderweg, Tris Van Antwerpen.

DELEN
Vorig artikelMaïsdoolhof zorgboerderij Tallaart
Volgend artikelHond vastgebonden aan paal in bos
De mens achter het nieuws. Ludo zette 39 jaar geleden zijn eerste stappen bij Dagblad Het Volk, bouwde mee de berichtenkrant van TV Kempen & RTV uit en maakte de site van ThalsFM groot. Nu is hij hoofdredacteur.